“Nu heb ik nog meer respect voor de zeilers”

Schoenen uit. Dat is de enige voorwaarde. Maar daarna mag je ook overal op en in. De zeven VOR-boten zijn op zondag 1 juli open voor het publiek.

Door: Wieke van Oordt

Ilse Beening is 16 jaar en wil de wereld rondzeilen. In een wedstrijd?
“Dát weet ik nog niet.” Maar het zeilavontuurvuurtje is na haar bezoekje aan de boten alleen nog maar aangewakkerd. Met haar ouders en broer lopen ze de steiger weer af. Ze hebben net de boten van binnen bewonderd. Moeder Karin heeft nu nog meer respect voor de zeilers.
“Negen maanden in zo’n boot! Dat is afzien, hoor. Ik vind het nu nóg indrukwekkender nu ik gezien heb hoe ze er al die tijd bij hebben gezeten.”
Karin en haar man Tonnie hadden een Bavaria 32 in Workum liggen. “Maar ja, toen kwamen de kinderen”, vertelt Tonnie, “en je weet hoe dat gaat. We zijn het hele weekend hier en hebben de race fanatiek gevolgd. Nu gaat het wel weer kriebelen, hoor. Toch weer een eigen boot kopen?”
De kinderen hebben samen wel een boot. “Een soort Laser”, legt Jelmer van 15 uit. “Een Sailart PX15. De boot ligt bij opa en oma.”

Foto: Kim van Zwieten

Terwijl we staan te praten, loopt de rij achter ons rustig door. Veel bezoekers grijpen hun kans en dalen de steigers af om op de boten te komen kijken. Vooral het feit dat het zo donker is binnen, maakt indruk. En ja, die wc natuurlijk.
“Is dat geen wasbak? Dat is toch waar ze tandenpoetsen?”
“Nee joh!”

De familie Krijger, vader, moeder en zoon, stond om half tien al in de rij voor een kaartje. Moeder Krijger stuitert bijna van opwinding, maar haar puberzoon heeft niet veel zin. “Doe het voor mij“, zegt ze. Na afloop van hun bezoek, vraag ik ze hoe ze het vonden.
“Gewéldig!” roepen de ouders tegelijk. Maar zoonlief haalt nog steeds zijn schouders op. “Mwah, ik weet het niet.” En dan komt er toch een glimlach. “Ja, natuurlijk was het toch wel leuk om te zien. Alleen niks voor mij.”

De collega’s Kees Verberne en Frank van Merriënboer hebben de Brunel-boot bekeken.
“Heel bijzonder dat deze negen mensen, of hoeveel waren het er precies, al die maanden zonder comfort en privacy deze race hebben gevaren”, zegt Kees. “Nee, ik zou dat niet kunnen of willen. Maar ik ben dan ook geen zeiler.”
Frank wel. “Vroeger, hoor. Op een Valk, dat soort werk. Mijn vader had een boot.”
Is hij jaloers op het wereldrondje zeilen, nu hij de raceboten heeft bezocht? Hij schudt zijn hoofd. “Nope.” Hij kijkt nog even naar de zeven racers. “Ongelofelijk, maar nee, niet voor mij. Dit is toch heel wat anders dan hoe ik ooit gezeild heb. Toch was het echt super om te zien en er in geweest te zijn.”
Ze lopen de Race Village verder in en maken plaats voor de duizenden anderen die de racers gaan bekijken. Even achter het roer staan, even een selfie op het voordek en natuurlijk: die beroemde wc bekijken.

Foto: Kim van Zwieten